Geschiedenis effectenbeurs

Het ontstaan van de Amsterdamse effectenbeurs is niet over een nacht ijs gegaan. Verschillende gebeurtenissen hebben een bijgedragen geleverd aan de uiteenlopende beursvormen die beurs rijk is. De VOC heeft bijvoorbeeld een belangrijke rol gespeeld voor het ontstaan van de huidige beursvorm, maar ook de EOE-optiebeurs geldt als een belangrijke mijlpaal in haar geschiedenis. De Amsterdamse effectenbeurs geldt als een van de oudste nog steeds bestaande beurzen ter wereld en staat bekend om haar rijke geschiedenis en expertise.

Gouden Eeuw

Rond de vijftien en zestiende eeuw, was er nog geen spraken van effectenhandel maar van goederenhandel. De eerste jaren van handel worden gekenmerkt door gestage groei en de verschillende panden die de handelaren zullen gaan betrekken. De eerste vormen van handel vonden plaats in de buitenlucht rondom de Dam of in herbergen en kerkgebouwen. Het allereerste officiële handelsgebouw was een pand in 1493 gelegen aan de noordzijde van de Warmoestraat. Als blijkt dat de handel van belang begint te worden dan krijgen de handelslieden, na vele omzwervingen, in 1586 toestemming om handel te gaan drijven in de St. Olafskapel aan de Zeedijk. Langzaam maar zeker begint de handel te groeien. En dan aan het begin in de 17e eeuw breken er gouden tijden aan als in 1602 de eerste naamloze vennootschap en multinational wordt opgericht onder de naam Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). De handel bloeit en groeit en Amsterdam wordt geleidelijk aan het centrum van de wereldhandel. De VOC is de vroege voorloper van de huidige beurs. Want de VOC bood de handelaren een deelname in de kosten aan. Voor het risico van de verre reizen die de VOC ondernam, bood de VOC hen een aandeel in de winst aan. Handelaren konden ÔactiënÕ, deelname bewijzen, kopen die vrij verhandelbaar waren. En zo ontstond er een markt waar vraag en aanbod elkaar vonden. Net als bij de huidige beurs.

Beurs van Berlage

De Gouden Eeuw is haar windeieren aan het leggen en de befaamde architect Hendrick de Keyes ontwerpt de eerste Koopmansbeurs gelegen aan het water van het Rokin. In 1611 trekken de handelaren in het gebouw, dat ruim 200 jaar trouwe dienst zal doen. Maar de zanderige en modderige bodem zorgen ervoor dat het gebouw steeds meer te kampen krijgt met verzakkingen. Hierdoor werd meer dan eens de beurs gesloten voor herstelwerkzaamheden en dit kwam de handel niet ten goede. Als uitwijk basis diende vaak de Nieuwe Kerk. In 1837 valt definitief het doek en wordt de Koopmansbeurs gesloten. De komende tien jaar maken de handelaren gebruik van een houten dependance. Omdat de handel gedurende deze eeuwen flink toenam, moesten de handelaren meer dan eens verhuizen, doordat de panden te krap werden. Maar in 1903 is de Beurs van Berlage een feit en komt er eindelijk een einde aan het bedoeïen bestaan van de handelaren. De Beurs van Berlage is tevens het begin van een nieuw tijdperk, want voor het eerst wordt de handel in effecten fysiek gescheiden van de goederenhandel. In deze derde Koopmansbank van Amsterdam hebben zowel de Effectenbeurs (1903-1913) als de optiebeurs (1978-1987) hun eigen beursvloer gehad. De Beurs van Berlage herbergt vandaag de dag alleen nog de Agrarische Termijnmarkt. De effectenhandel is sinds 1914 gezeteld in het gebouw van Jos Cuypers aan het Beursplein. Door de snelle automatisering is een kleinere vloer voor de handel in effecten genoeg. De zaal is aangepast aan de moderne tijd, maar oude details zijn er nog te vinden. En het beeld van Mercurius, god van handel, staat nog steeds fier in het midden van de zaal.

EOE-optiebeurs

In de jaren zeventig wordt gekeken naar de mogelijkheid voor een internationale optie exchange. Als voorbeeld dient de als eerst geopende optiebeurs de “Chicago Board Option Exchange” (CBOE). Het initiatief tot het oprichten van de EOE-Optiebeurs werd in 1975 genomen door het bestuur van de VvdE. Een door dit bestuur ingestelde commissie kreeg de opdracht een internationale markt voor opties op financiële waarden op te zetten. In 1978 opende de toenmalig minister van Financiën, mr. F.H.J.J. Andriessen, de EOE-Optiebeurs en was Europa’s eerste optiebeurs een feit. Het gebouw werd ontworpen door de architect Cees Dam en is gelegen aan het statige Rokin. De resultaten van de EOE-Optiebeurs bleven de eerste jaren achter bij de verwachtingen. Een belangrijke reden hiervoor was de sterke terughoudendheid van beleggers ten aanzien van opties. Deze houding van beleggers vond haar grond vooral in de onbekendheid met opties en de daaruit voortvloeiende vooroordelen. Toen beleggers vertrouwd raakten met de mogelijkheden van opties, ontwikkelde de markt zich snel en namen de omzetten sterk toe. Dit is terug te vinden in de omzetgegevens. Gingen in het openingsjaar gemiddeld nog geen 1.000 contracten per dag om, tien jaar later – in 1988 waren dat er al 33.600. Maar de ontwikkeling zette zich voort en voor 1995 tekende men een gemiddelde dagomzet op van ruim 67.000 contracten. In 1996 kwam de gemiddelde dagomzet uit op ruim 112.000 contracten.

Particuliere beleggers nemen het grootste deel van de omzet voor hun rekening. Dit verleent de EOE-Optiebeurs een speciale plaats onder de beurzen voor afgeleide producten in Europa, waar over het algemeen de rol van particuliere beleggers minder prominent is. De laatste jaren is de activiteit van institutionele beleggers op de optiebeurs flink toegenomen. Bij haar start kende de EOE-Optiebeurs slechts negen optieklassen. Ultimo 1996 bedroeg het aantal optieklassen meer dan vijftig. Naast de opties op aandelen zijn nu ook opties op obligaties, valuta, goud en indexen in de notering. Op de EOE-Optiebeurs kan behalve in opties ook worden gehandeld in financiële futures en warrants. Meer dan 90% van de handel heeft betrekking op aandelen- en indexopties.

Reacties zijn gesloten.